STOP KINDERSEX
En de PNVD noemt dit liefde

Voor slachtoffers van pedofilie is nauwelijks toegesneden hulpverlening. Schrijfster Ireen van Engelen verbaast zich daarover. “De dader wordt door betrokken instanties in bescherming genomen. Maar je zou juist voor de kinderen en hun ouders moeten opkomen.” Ze heeft een boek geschreven over de Sexbierumer ontuchtzaak, die in 1997 aan het licht kwam. Pedagoog Van Engelen doet al ruim dertien jaar onderzoek naar pedofilie.

Op basis van aangifte van acht jongens en mannen tussen 12 en 23 jaar belandde de directeur van openbare basisschool De Trochfeart in Sexbierum in 1997 achter slot en grendel. Uit het onderzoek bleek dat al in 1988 over hem was geklaagd, omdat hij seksuele voorlichting gaf met pornofilms. Alle slachtoffers in Sexbierum waren jongens. Van Engelen: “Zij lopen vaak rond met grote problemen. Seksueel misbruik kan blijvende hersenbeschadiging veroorzaken. Dit kan ertoe leiden dat een kind later moeilijk relaties kan aangaan, vatbaar is voor verslavingen, suïcidaal gedrag vertoont, én het heeft een grotere kans zelf dader te worden.” Van Engelen hoopt dat slachtoffers zich zullen melden bij haar stichting Soelaas. “Ik kan geen hulp bieden, maar wil in kaart brengen wat er van hen is geworden. Hoe redden ze zich?” Die informatie is van belang om hulpverlening en behandeling van slachtoffers en daders te verbeteren. Een maatschappelijk werkster uit Leeuwarden is bereid degenen die zich melden, op te vangen, zegt Van Engelen. Hierover had ze graag met burgemeester Marian Haveman van Franekeradeel afspraken gemaakt, maar die reageerde afwijzend op haar verzoek hierover te praten. “Ze denkt dat de rust is weergekeerd en verwijt mij dat ik met mijn boek ‘deze hele pijnlijke kwestie’ oprakel. Maar er is nog steeds veel onderhuidse woede en verdriet bij de dorpsbewoners, heb ik kunnen constateren.

De zoon van Bob en Elly Brenkman is jarenlang op beestachtige wijze seksueel misbruikt door de directeur van De Trochfeart in Sexbierum. Hij durfde thuis niets te vertellen. Zijn ouders begrepen daarom niet waarom Maurices gedrag veranderde. Het atelier van de keramist in Ried staat vol kleurrijke objecten. Een groot pedo-erger-je-niet bord, een poppenhuis en een grote, knalblauwe penis van keramiek. Bob tilt de eikel op en laat zien dat het een grabbelton is.

 In de holle buis zitten kleine gele piemeltjes, waar kaartjes aan hangen. “Seksueel misbruik tast de intimiteit aan” en “seksueel misbruik werkt drugsgebruik in de hand” staat erop. De kunstwerken maken deel uit van een expositie waaraan zijn vrouw Elly werkt. De pionnen op het bordspel zijn fallussen, en ook het poppenhuis ligt er vol mee. Bezoekers moeten eerst lachen om de vrolijke gele, rode en blauwe voorwerpen. Maar ze vragen zich af wat die in een poppenhuis doen. Elly: “Inderdaad. Die horen niet in speelgoed. Wat moet een kind met een penis?” In de jaren dat hun zoons gedrag veranderde, is nooit de link gelegd met seksueel misbruik. Zelfs niet toen op school klachten kwamen over de directeur.

 Toen Maurice naar het Anna Maria van Schurman in Franeker ging, werd zijn onhandelbare gedrag thuis weer erger. Bob: “Een mentor vertelde ons dat het best meeviel, dat we het niet zo zwart moesten zien. Twee weken later vloog hij een docent aan. Achteraf bleek dat die man niet van de meisjes af kon blijven en Maurice nam het voor ze op.” Hij werd van school gestuurd en verhuisde naar een school in Bolsward. Daar ging het evenmin goed. Hij kreeg het stempel ‘moeilijk kind’, werd opnieuw van school verwijderd en moest een half jaar thuis wachten op een plek in het speciaal onderwijs. Ook daar werd de oorzaak van zijn problemen niet herkend. Elly: “Terwijl ze daar toch meer ervaring hebben in het stellen van een diagnose.” Toen het advies kwam hem naar ‘Het Groene Hart’ bij het psychiatrisch ziekenhuis in Franeker te sturen, besloten Bob en Elly hun zoon zelf te helpen. Maurice behaalde enkele lasdiploma’s en vond werk. Daar kreeg hij soms ook moeilijkheden, omdat de humor van de mannen onder elkaar verschrikkelijke herinneringen bij hem opriep. Bob: “Dan zei iemand bijvoorbeeld ‘zal ik jou eens lekker pijpen’ en dan ging hij door het lint.” In de hoop dat verandering zou helpen, verhuisde het gezin in 1996 naar Frankrijk. Maurice keerde eerder terug, want hij had verkering. Aan zijn vriendin uit Harlingen durfde hij eindelijk te vertellen wat hem op school was overkomen. Dat was in 1997. De vriendin nam contact op met zijn ouders. Elly: “Te weten wat er aan de hand is, is een opluchting. Na tien jaar zoeken wist ik dat we de oorzaak van alle problemen hadden gevonden. Maar het is natuurlijk vreselijk.”

Elly haastte zich naar Nederland. Na overleg met zijn vroegere school, bezochten zij en Maurice een huisarts en vertrouwensarts en namen contact op met een ander gezin. Hier bleken drie jongens slachtoffer te zijn. Samen met Maurice deden zij aangifte bij de politie. Uiteindelijk werd de toen 54-jarige schooldirecteur op basis van acht klachten veroordeeld tot dertig maanden cel, waarvan zes voorwaardelijk. “Acht aangiftes”, zegt Elly. Veel ouders willen er niet over praten. Maurice was 21 toen hij de aanklacht indiende.

 “Als ouder word je vervolgens nog niet serieus genomen”, zegt zijn moeder. Bij hulpverleningsinstanties vindt ze geen gehoor. “Maurice was volwassen, waar maakte ik me druk om. Hij kon wel in therapie.” Toegesneden hulpverlening is echter nauwelijks te vinden. “Mijn zoon is totaal verkeerd geprogrammeerd”, zegt Brenkman. “Hij reageert anders op dingen dan anderen. Hij kan bijvoorbeeld helemaal niet tegen autoritair en dictatoriaal gedrag van mannen.” Hij haalt een voorbeeld aan. Vier jaar geleden begon Maurice aan de kunstacademie. Vorig jaar moest hij zijn examenstukken tonen en hij parkeerde op de stoep voor de academie in Groningen. Terwijl hij de metershoge linnen doeken met Oost-Indische inkt snel door de regen naar binnen bracht, stak een politieman een bon achter de ruitenwisser.

 Bob en Maurice gingen naar het bureau om uitleg te geven. Daar kreeg Maurice het aan de stok met een agent. Bob wist zijn zoon nog tijdig door de draaideur naar buiten te werken, maar daar werd hij overmeesterd door toegesnelde collega-agenten. “Ik zag hem veranderen in een klein kind”. Bob moet zijn tranen wegslikken als hij eraan terugdenkt. “Papa, wat doen ze nu?’, zei hij.” Maurice werd gestraft. Bij de Reclassering kreeg hij te horen dat de laatste tijd opvallend veel meldingen van dergelijke incidenten binnenkwamen uit de regio.

 Dat geeft te denken, vinden de Brenkmans. Er zijn waarschijnlijk veel meer jongens het slachtoffer geworden van de pedofilie schooldirecteur dan de acht die aangifte deden. “Waarnemers op school vermoedden dat het om vijftig tot honderd kinderen gaat.”

Bijles

De dader ging geraffineerd te werk. Maurice kreeg geen cijfers meer op zijn rapport, alleen positieve opmerkingen. Hij had bijles nodig, maar daar zorgde de directeur wel voor. Ook speelde Maurice graag drums. De man reed met hem naar de muziekschool. Bob: “Maar op de cito-toets scoorde hij LBO-niveau. De meester had hem moedwillig niets geleerd, om de bijlessen te rechtvaardigen. Hoewel Elly en Bob hebben voorkomen dat er meer slachtoffers vielen, reageren andere ouders alsof ze een enge ziekte hebben. “Terwijl ons dit door een ander is aangedaan.” Ook de gemeente heeft hen onvoldoende opgevangen, vinden ze.

De dader wordt direct geholpen.

Hij krijgt therapie, zijn leven wordt weer op de rails gezet. Maar als ouder moet je smeken om hulp. Pas na drie jaar kregen we een aanbod via de gemeente.” Elly Brenkman: “Je hele gezin wordt ontwricht.” Maurice heeft moeite met relaties. De vrouw op wie hij verliefd was, kon niet omgaan met zijn verleden. Doordat hij terughoudend is met fysiek contact, voelen vooral gekwetste vrouwen zich tot hem aangetrokken. “En dat zijn voor hem de verkeerde types.”

Toen Elly las over het boek ‘En ze noemen het liefde’ van Ireen van Engelen, nam ze contact op met de schrijfster. Ze correspondeerden een tijd. Van Engelen had een zelfde contact met een moeder uit Assen.

 Beide verhalen leidden tot het boek ‘Jij mag nablijven’. Bovendien werkt ze nu met haar man aan de expositie waarmee ze misbruik aan de kaak wil stellen. Ze put hiervoor uit haar omvangrijke knipselarchief over pedofilie. “Mensen denken dat we paranoia zijn, maar wat je in de kranten leest is maar het topje van de ijsberg.” Ze maakt zich boos over de Vereniging Martijn. Die beweert dat de samenleving koste wat het kost macht over de kinderen en jongeren wil behouden. “En dus mogen zij zo weinig mogelijk seksuele rechten en vrijheden vergaren”, aldus Martijn. Elly: “De pedofielen mogen openlijk belijden dat kinderen seks willenen dringen hun vorm van seks op aan kinderen van vier jaar of soms zelfs baby’s.” De expositie moet ook bijdragen aan meer discussie, vinden Bob en Elly. “En er lopen daar nog meer tijdbommen”, zegt Bob met een knikje richting Sexbierum. “Daar ontploft er straks één van.”

Auteur: GB